In 1550 verwierf koning Frederik II een landhuis na een uitwisseling en bracht hij aan dit huis wijzigingen aan omdat hij vond dat het oorspronkelijke landhuis met zijn tweelingtorens te klein was voor hem als koning.  Na deze uitbreiding hernoemde hij het landhuis tot Frederiksborg wat letterlijk “het kasteel van Frederik” betekent. 

Dit slot was het eerste Deense kasteel dat landinwaarts werd gebouwd in tegenstelling tot andere kastelen die dicht bij de zee of een haven werden gebouwd.  Het kasteel werd bovendien puur gebouwd voor recreatieve doeleinden.  Frederiks zoon Christian IV sloopte het kasteel in de jaren 1600-1620 en liet het tijdens die periode herbouwen tot het huidige renaissancekasteel waarna het de volgende 100 jaar werd gebruikt als koninklijke residentie.  De bouw van het kasteel stond onder leiding van de Vlaamse architect Hans van Steenwinckel de Oude tot aan zijn dood in 1601 waarna het project werd voltooid door zijn zonen Hans en Lorenz van Steenwinckel. 

In 1720 werd het paleis waar Christian IV woonde tijdens de bouw van Frederiksborg, en dat zich bevond aan de overkant van het meer, afgebroken en werd er een barokke tuin aangelegd waarna het kasteel in 1730 werd gerenoveerd.  

Aan het einde van de 18de eeuw raakte Frederiksborg buiten gebruik als koninklijke residentie.  
Halverwege de 19de eeuw werd het kasteel wederom bewoond door Frederik VII en zijn echtgenote Louise Rasmussen.  Zij lieten in het kasteel haarden en tegelkachels plaatsen om de grote ruimtes te kunnen verwarmen.  Dit veroorzaakte echter in 1859 een grote kasteelbrand.  
De koninklijke familie wilde het kasteel niet langer als woonhuis gebruiken waarop een open vraag werd gesteld naar ideeën om het kasteel een nieuwe bestemming te geven.  De oprichter van brouwerij Carlsberg, J.C. Jacobsen, opperde het idee om in Frederiksborg het Nationaal Historisch Museum te vestigen en bood aan dit ook te financieren.  In 1878 opende het museum zijn deuren. 

Naast ontelbare andere kamers zijn volgende bezienswaardigheden beslist de moeite waard bij een bezoek aan Frederiksborg: 

-De ridderkamer: deze kamer is een reconstructie van hoe de kamer eruit heeft gezien ten tijde van Christian IV toen het werd gebruikt als eetkamer voor de leden van het hof.  

-De kapel: deze bleef zo goed als onbeschadigd tijdens de brand in 1859.  Indrukwekkend in de kapel zijn het altaarstuk in goud, zilver en ebbenhout uit 1606 van de hand van goudsmid Jacob Mores uit Hamburg.  Ook het orgel uit 1610 gebouwd door Esajas Compenius is de moeite waard en is één van de oudste orgels in Europa.  Tijdens de jaren 1660-1848 werden Deense koningen in deze kapel gezalfd. 

-De grote hal: deze bevindt zich op de tweede verdieping boven de kapel.  De grote hal is een replica van de hal ten tijde van Christian IV.  Bovendien vind je in deze hal indrukwekkende wandtapijten en portretten.  

-De 20ste en 21ste eeuw: de derde verdieping van het kasteel geeft een overzicht van de geschiedenis van de 20ste en 21ste eeuw aan de hand van portretten, schilderijen en meubels uit die periode. De fotogalerij behelst veranderende tentoonstellingen.

-De kasteeltuin: deze werd aangelegd in 1720 in opdracht van Christian IV, raakte aan het einde van de 18de eeuw in verval en werd pas in de jaren negentig terug aangelegd.

-De buitenkant van het kasteel: deze is bijzonder indrukwekkend door de toegangspoorten, slotgrachten, torenspitsen, binnenplaatsen en de Neptunusfontein.

(Op de fotopagina kunt u nog andere foto’s bekijken van Denemarken)

Scroll naar top