De tombes werden gebouwd in de 16de eeuw door Sultan Ahmad al-Mansur, de derde heerser van de Saadi-dynastie. Hij bouwde de graven ter ere van zijn voorouders en waren een waar vertoon van zijn macht en rijkdom.
De graven bevonden zich in de moskee van de kasbah die in 1557 werd gebouwd en één van de oudste moskeeën van Marokko is.
Begin 17de eeuw gaf de Alawitische gaf de Alawitische Sultan Moulay Ismail het bevel om alle bewijzen aan de cultuur van de Saadi te vernietigen (met inbegrip van het Paleis el Badii) maar hij durfde het niet aan om hun graven te verstoren en koos er daarom voor om de graftombes te verbergen achter een hoge muur.
Daar bleven ze maar liefst 200 jaar onaangeroerd liggen tot ze pas in 1917 werden herontdekt door het “Departement Historische Monumenten en Schone Kunsten”.
Maurice Tranchant, directeur van het Departement, kreeg de eerste luchtfoto ooit genomen in de stad in handen en zag een aangrenzend gebouw naast de moskee van de kasbah. Hij ging op onderzoek uit maar vond geen ingang tot de ruimte. Met behulp van de hoogste Marokkaanse autoriteit, de Pasja van Marrakesh Ghami Glaoui, vond Tranchant de ingang naar de tombes. Het verhaal vertelt dat de Pasja aan Tranchant de tip gaf zich Marokkaans te kleden zodat hij samen met een groep helpers de moskee kon betreden en de Pasja leidde hen naar een deur met een hangslot. Eens geopend realiseerde Tranchant zich dat hij in het mausoleum stond van de Sultans van de Saadi-dynastie.
Samen met generaal Lyautey besluit hij dat in de omliggende muur een opening moet worden gemaakt en dat de graven moesten worden opengesteld voor iedereen … slechts een week later werden de tombes toegankelijk voor het publiek.

De site van de tombes bestaat uit de volgende delen: de ingang via de nauwe doorgang, twee loggia’s, de Kamer van Lalla Mas’uda en de Grote Kamer (bestaande uit de Kamer van de Mirhab, de Kamer van de 12 Zuilen en de Kamer met de Drie Niches) en een eenvoudige tuin boordevol tombes.

-Twee loggia’s: aan beide zijde van het mausoleum bevinden zich twee kleine rechthoekige kamers van vier bij twee meter. De oostelijke en de westelijke loggia komen uit op de delen van de Grote Kamer via deuropeningen.
De loggia’s hebben drie bogen waarbij een cederhouten baldakijn een boog vormt die rust op pilaren bestaande uit stucwerk die op hun beurt rusten op marmeren zuilen met kleine uitgehouwen bogen van muqarnas. De houten luifels zijn voorzien van een band met Arabische kalligrafie met Koranverzen en motieven. Stucwerk met een stervormig patroon loopt langs het gebouw en onder het houten gedeelte.

-de Kamer van Lalla Mas’uda: deze werd gebouwd door Sultan Abdallah Al-Ghalib in 1557 voor de tombe van zijn vader Muhamed Sheik die de stichter was van de Saadi-dynastie. Later, onder het bewind van Sultan Ahmed el-Mansur Dahbi (1578-1603) werd dit complex uitgebreid en verfraaid. Lalla Mas’uda, de moeder van de Sultan, werd hier begraven net als al-Ghalib zelf. De Kamer van Lalla Mas’uda is het oudste van de twee hoofdgebouwen op de site. De kamer is vierkant en meet vier meter aan elke zijde. De kamer is bedekt met een gewelf van ingewikkelde muqarnas gemaakt van stucwerk in verschillende kleuren waaronder goud en blauw. In de kamer wisselen effen oppervlaktes zich af met Marokkaanse en Andalusische arabeskmotieven. De bovenmuren zijn versierd met stucversieringen van arabesken en geometrische patronen en de onderste delen van de muren zijn versierd met tegelmozaïeken en geometrische sterpatronen. Tussen de boven- en ondermuur bevinden zich banden met Arabische inscripties. Ook de vloer is bedekt met kleurrijk stuc- en tegelwerk. Aan de noordzijde van de kamer is een nis waarin het graf van Lalla Mas’uda zich bevindt. De marmeren plaat op de westelijke muur met daarop een tekst voor haar is het best bewaarde paneel op de hele site. De Kamer van Lalla Mas’uda is verbonden met een grote rechthoekige kamer van tien bij zes meter met onder andere muren met daarop complexe 16-zijdige sterpatronen. Het plafond bestaat uit een Marokkaans houten raamwerk met overblijfselen van de oorspronkelijke kleuren en een vloer met tegelwerk waarin verschillende graven te vinden zijn.

-de Kamer van de Mirhab: deze ruimte was bedoeld als kleine moskee of gebedsruimte en de mirhab is een nis die de gebedsrichting symboliseert. De mirhab is een boog in de vorm van een hoefijzer omgeven door stucwerk met een kleine koepel van muqarnas erin verborgen. Rond de basis van de mirhab zijn acht kolommen van marmer en de rest van de kamer is een rechthoekige ruimte met vier kolommen die bogen ondersteunen. Deze verdelen de kamer in negen rechthoekige deeltjes elk met een eigen houten plafond met stervormige patronen. Het plafond van de mirhab zelf is een piramidevormig gewelf met muqarnas. De mirhab is bedekt met graven van familieleden van de Alawitische dynastie en naar verluidt zou ook het graf van de Alawitische Sultan Moulay al Yazid er te vinden zijn.

-de Kamer van de 12 Zuilen: deze kamer is de prachtigste van het hele complex en hierin liggen Ahmad el-Mansur en zijn familie begraven. De kamer meet aan elke zijde tien meter en is twaalf meter hoog. Binnen in dit vierkant lijkt een kleiner vierkant te zijn gevormd door twaalf zuilen uit Carrera-marmer die in groepen van drie symmetrisch zijn gerangschikt. Elke zuil heeft kapitelen met houtsnijwerk en elke groep van drie zuilen ondersteunt twee kleine muqarnasbogen van marmer. Het plafond van de ruimte bestaat uit cederhout met één groot plafond in een sterpatroon in het midden en acht kleinere plafonds eromheen. Het is gemaakt uit een verzameling uit hout gesneden muqarnas, banden met geschilderde decoraties, arabeske motieven en Arabische kalligrafische inscripties waarvan de rode en gouden kleuren nog steeds de oorspronkelijke zijn. De kamerwanden zijn bedekt met uitgesneden stucwerk en tegels. In het midden van de kamer staat de grafsteen van Ahmad el-Mansur en rechts van hem is de grafsteen van zijn zoon Sultan Moulay Zidan. Links van hem is de grafsteen van Sultan Muhamed al Sheik al Saghir. Ook de graven van de vrouw van el-Mansur en van Sultan Abd al-Malik II bevinden zich hier. De grafstenen bestaan uit een langwerpige marmeren blok met Arabische geschriften.

-de Kamer van de Drie Nissen: deze kamer is een bijgebouw van de Kamer van de 12 Zuilen en herbergt meer graven. De muren van deze kamer zijn bedekt met ingewikkelde tekeningen van arabeske en geometrische motieven en kalligrafische motieven.

-In de tuin rondom de mausolea zijn er nog vele graven met kleurrijke tegels te vinden. In totaal telt deze site 156 grafplaatsen van Sultans, prinsen, echtgenotes, concubines, kinderen en dienaren. Alle graven liggen in de richting van Mekka. De dwarsliggende graven zijn graven van overledenen met een ander geloof.

(Op de fotopagina kunt u nog andere foto’s bekijken van Marrakesh)

Over de auteur

Scroll naar boven