Deze burcht is het herkenningsteken van Cochem en is een typische hoogteburcht waarbij de hoge positie een voordeel vormde tegenover eventuele aanvallers samen met vier poorten, stevige muren van 1,80 tot 3,60 meter dik en uitgravingen.
De burcht werd gebouwd door Lotharingse Paltsgraven en vanaf 1151 was het een burcht voor de Duitse koningen waarna de burcht eigendom werd van de keurvorsten en de bisschoppen van Trier.

In 1689 werd deze burcht, net als vele anderen in de streek, verwoest door Franse troepen onder Lodewijk XIV. In 1869, dus na bijna 200 jaar, werd de ruïne weer opgebouwd door de heer Louis Ravené uit Berlijn en dit in neo-gotische stijl.
Sinds 1978 is de burcht weer in het bezit van de stad Cochem.

In deze burcht zijn volgende kamers open voor bezichtiging:

– De eetzaal: dit vertrek is weelderig voorzien van muren, deuren en meubels met houtsnijwerk en het 4 bij 5 meter hoge buffet met Delfts porselein. Tegenover het buffet is er een grote open haard met een haardplaat uit 1615 waarop de kruisigingsscène is afgebeeld met links en rechts daarvan de symboolfiguren van trouw en liefde (Fides en Caritas). De muren zijn beschilderd en versierd met ornamenten in bladgoud. Er zijn ook twee houten kannen te bewonderen die men in de 17de eeuw gebruikte voor de wijntoebereiding. Omwille van de symmetrie die werd gehanteerd binnen de renaissancestijl is naast het buffet een zogenaamde “blinde deur” aangebracht.

– De gotische kamer: deze kamer wordt zo genoemd omwille van de gotische plafondconstructie maar dit vertrek wordt ook wel de “Kemenate” genoemd (een door een open haard verwarmd vertrek). Opvallend is hier de open haard met de Delftse tegels en de meubels die stammen uit de 17de en 18de eeuw. De tafel in het midden van de ruimte is met ivoorplaatjes ingelegd volgens de zogenaamde Boulle-techniek. De heer Boulle was een kunstmeubelmaker aan het hof van Lodewijk de XIV en hij gebruikte naast hout ook schildpad, koper en parelmoer. Tussen de deuren staat een oudhollandse secretaire die uit notenboom is vervaardigd.

– De Romaanse kamer: ook deze naam is afgeleid van de plafondconstructie. Een kruisgewelf en boven de deuren een tonnengewelf herinneren aan de romaanse stijl. De houten afbeeldingen van de apostelen en de dierenriem zijn te vinden in deze kamer en stammen uit de 17de eeuw. In de hoek van de kamer staat een tegelkachel uit Neurenberg uit de 16de eeuw waarop de koningen van Israël zijn afgebeeld. Daarachter bevinden zich Delftse tegels met christelijke en huiselijke scènes. Aan het plafond vindt men de vier kardinaalsdeugden: wijsheid, dapperheid, bezonnenheid en rechtvaardigheid. De vele voorstellingen dienden als leermiddelen voor hen die niet konden lezen en schrijven. In deze kamer begint ook de geheime gang. Deze gang leidt naar beneden tot aan de rots waarop de burcht is gebouwd en leidde van daaruit verder naar beneden naar de stad. Heden ten dage is de gang na 12 meter ingestort en dichtgemetseld. Een andere geheime gang is niet ingestort en leidt naar de slaapkamers van de vrouwen.

– Kamer boven de laatste poort: deze ruimte is een verbinding tussen het gebouw aan de grote toren en de gebouwen aan de rand van de rots. De lamp (een meermin) was in de middeleeuwen het symbool voor de afweer van het kwade.

– De jachtkamer: hier ziet men trofeeën van dieren uit de Eifel en de Hünsruck. De stollenkast (de dekenkisten op poten) zijn erg waardevol en stammen uit de 16de eeuw. De vensters bestaan hoofdzakelijk uit flessenbodems gezien geblazen glas, platgedrukt en in lood gevat de eerste manier was om glas in vensters te zetten. Links boven in het vertrek vindt men het wapen van ridder Cuno von Schönberg, een beruchte roofridder, die in het koningsloze tijdperk van 1267 tot 1287 ook vanuit deze burcht zijn rooftochten ondernam. De eerste koning die weer aan de macht kwam (Rudolf von Habsburg) liet hem onthoofden.

– De ridderzaal: dit is de grootste zaal van de burcht waarbij machtige zuilen het plafond dragen. De kapitelen zijn met prachtig houtsnijwerk versierd. Op de open haard zitten twee wapenleeuwen met gesloten vizier. In het vertrek zijn er ook twee schilderijen te vinden. Naast de open haard ziet men een schilderij van Danae. Boven de meubels is er de “Roof van de Sabijnse Maagden” te zien van Rubens. Beiden zijn kopieën en de originelen bevinden zich in het Prado in Madrid. De buste van de heer Louis Ravené, die de burcht wederopbouwde, is ook in deze kamer te vinden.

– De wapenruimte: in deze ruimte bevindt zich de kast die het meest waardevolle meubel is van de hele burcht stammend uit de vroege 16de eeuw. De harnassen in deze ruimte zijn imitaties. De wapens aan de muren zijn de wapens van dienaren van de ridders. Er is ook een balkon van waarop je een schitterend uitzicht hebt en een blik vanop het balkon toont eveneens aan waarom deze rots sinds 1000 jaar een burcht draagt. Ze staat 100 meter boven de Moezel en beheerste op die manier de rivier die de eeuwenlange verkeersader was tussen Frankrijk en Duitsland.

– De burchtbron: deze put is ongeveer 50 meter diep en het water dat in de put staat is geen grondwater maar regenwater dat dwars door de rots naar de Moezel vloeit. Indien hier geen regenwater zou gevonden zijn, betekende dit dat er nog vijftig meter dieper zou moeten gegraven worden tot aan het grondwater van de Moezel.

(Bronvermelding tekst: Nederlandstalige informatieve tekst ter ondersteuning van de rondleiding).

(Op de fotopagina kunt u nog andere foto’s bekijken van Duitsland)

Scroll naar top